This SlideShowPro photo gallery requires the Flash Player plugin and a web browser with JavaScript enabled.

Dennis Teunissen

DENNIS EN DAAN : JONGE MEESTERS

Dennis Teunissen


Na de reeks solotentoonstellingen verrassen we u nu met een duo-presentatie. Met Dennis Teunissen en Daan de Jong hebben we gekozen voor twee virtuoze jonge Utrechtse realisten.
Duo-presentaties nodigen uit tot vergelijken, het zoeken naar overeenkomsten en verschillen. Bij een goede keuze levert zo'n ontmoeting iets extra's op, een bonus, waarbij door de confrontatie een optelsom met een verrassende nieuwe uitkomst ontstaat: één en één is drie.

Behalve door hun jonge leeftijd, hun gedrevenheid, en hun streven naar technische perfectie tonen Dennis en Daan hun verwantschap in de zorgvuldige bijna koele wijze waarop ze hun onderwerpen observeren. Hoewel ze zich in hun onderwerpskeuze twee tegenpolen tonen is opvallend dat ze beiden vaak kiezen voor onderwerpen die we in eerste instantie niet als pittoresk zouden omschrijven. Alledaagse taferelen zoals een wolkenlucht boven een caravan of een grauwe telefoniezendmast lijken niet de meest voor de hand liggende onderwerpen voor een schilderij. Maar als we ze door het oog van de schilder bekijken blijken ze toch meer dan de moeite van het bekijken waard.

De confrontatie tussen een dreigende wolkenlucht van Daan de Jong en de gecompliceerde wirwar van staal op een dump door Dennis Teunissen maakt beide werken spannender en interessanter. Met plezier presenteren wij dan ook deze twee geboren kunstenaars. Utrechtse schilders die naar ons idee binnen de groep realistisch werkende kunstenaars toch iets nieuws, iets anders, iets extra's, iets verrassends laten zien. Jonge mannen voor wie schilderen een eerste levensbehoefte is en in hun schilderijen op heel eigen wijze hun eigen tijd becommentariëren. Schilders met duidelijke overeenkomsten en minstens zo grote verschillen.

FIGURATIE VERSUS ABSTRACTIE
De geschiedenis van de kunst in de 20e eeuw is ook het verhaal van de worsteling tussen de realistische en abstracte kunst. Realisme en abstractie wisselen elkaar gedurende de 20e eeuw af als overheersende stroming. In de vroege 20e eeuw en tussen de jaren 50 tot 70 waren de abstracte tendensen dominant. Maar de figuratieve kunst was nooit weg en beleefde met name in het interbellum en sinds de jaren 80 weer een wedergeboorte. In deze controverse was het argument van de voorstanders van abstracte kunst dat het realisme of de figuratieve kunst geen vernieuwende bijdrage aan de kunst kon leveren omdat het zich van oude en gedateerde stijlmiddelen bediende. De klassieke schilderkunst is echter nooit echt weg geweest. Nu aan het begin van de 21 eeuw zien we dat de grens tussen figuratie en abstractie min of meer geslecht is. Geen van de stromingen heeft een dominante positie. Kunstenaars van deze tijd combineren vrijelijk en putten zowel en gelijktijdig uit de erfenis van hun figuratieve als abstracte voorgangers.

DENNIS TEUNISSEN
Waar Daan zijn schilderij vanuit een gevoel benaderd gaat Dennis op een veel doordachte wijze te werk. Dennis noemt zichzelf een techniek freak, niet alleen door zijn enorme kennis en beheersing van de schilderstechnieken maar ook omdat hij vrijelijk gebruik maakt van allerlei technische hulpmiddelen die hem ter beschikking staan. Dennis is een begaafd fotograaf die regelmatig met zijn camera de buurt afstroopt op zoek gaat naar nieuwe thema's. Zijn onderwerpen zoekt en vindt in zijn directe dagdagelijkse omgeving. Zijn belangstelling gaat uit naar de achteloos weggeworpen resten van onze welvaartmaatschappij. Vuilnis, puin en afval. Plekken van ontbinding, onttakeling en bederf. Verlaten fabrieksgebouwen, containers, vuilnisbelten, stortplaatsen en dumps fascineren hem het meest. Mensen spelen geen rol in de schilderijen maar, gebutste, verroeste, voorwerpen vol gebruiksporen maken de schilderijen heel verhalend. Aan de ene kant lijken de schilderijen een tijdsbeeld vast te leggen aan de andere kant zijn ze zijn ze zwanger van onuitgesproken maatschappijkritiek. Schoonheid is hier niet ontstaan door de aantrekkelijkheid van de afgebeelde voorwerpen maar door de aandacht waarmee de schilder ze heeft weergegeven. De resten van de welvaartsmaatschappij. Gezien door de ogen van de schilder komen ze tot leven en vertellen een verhaal. Ik werk heel planmatig' vertelt Dennis, 'net als een architect, ik bouw een schilderij op en heb bij het leggen van de fundamenten al een duidelijk beeld van het eindresultaat. Een schilderij wordt zorgvuldig en laag voor laag opgebouwd. Meestal werk ik dan ook aan meerdere doeken tegelijkertijd. Als ik het schilderij van een nieuwe laag heb voorzien moet het enige dagen drogen voor ik er verder mee kan. Ik ben geen tekenaar, ik schets mijn onderwerp redelijk los en vlot op het doek en werk die laag na laag steeds verder uit. Het is met name in de beginfase dat de grootste veranderingen plaats vinden. Het uiteindelijke schilderen gebeurt dus heel planmatig. Het daadwerkelijk componeren, het maken van de keuzes, wat gebruik ik wel wat gebruik ik niet vindt eigenlijk allemaal plaats in de conceptuele voorfase.' Het resultaat van dit minutieuze zoeken naar de verhalen van een wereld die voorbij is is soms droefgeestig, soms nostalgisch, soms grappig of absurdistisch maar altijd fascinerend.